Qualis - Juli 2008

Franschhoek Motor Museum
Een verbijsterende verzameling

PDF versie van het originele artikel (met foto's)

Tekst: Dick Zoet

Bezoeken aan verre buitenlanden kunnen leiden tot onverwachte mee-of tegenvallers. Zo reizen we soms met hooggespannen verwachtingen af naar een verre bestemming, om na terugkomst te moeten concluderen dat het allemaal bitter is tegengevallen. Maar aan de andere kant kom je soms op de meest verrassende momenten op plekken die je vervullen met een intens gevoel van genoegen. Dat overviel ons na ons onverwachte bezoek aan het Franschhoek Motor Museum in Zuid-Afrika.

Onverwachte ervaringen maken een onuitwisbare indruk. Dat bleek maar weer eens toen we min of meer bij toeval belandden bij het Franschhoek Motor Museum, op minder dan een uur rijden van Kaapstad. Eerlijk gezegd stelden we ons weinig voor van een mogelijk bezoek, want wat kun je nu helemaal verwachten van een automuseum ‘in the middle of nowhere’. Wel, een heleboel, zo werd al snel duidelijk. Na enig aandringen van onze gids, Jos van Krimpen van Exclusive Culitravel, mochten we het museum buiten de feitelijke openingsuren bezoeken en na een inleidend praatje van curator Wayne Harley werden de deuren van de eerste hal geopend. We stonden perplex: een verbijsterende verzameling van werkelijk schitterend gerestaureerde en geconserveerde
auto’s en motoren.

Geschiedenis

Het is moeilijk voor te stellen dat deze collectie tot stand is gekomen door de inspanningen van een enkele man: dr. Anton Rupert. Deze succesvolle zakenman nam in 1974 het ingrijpende besluit een museum te stichten om de automobielhistorie van Zuid-Afrika voor het nageslacht te bewaren. Het museum werd gevestigd in een locatie in Heidelberg in de provincie Gauteng. En Rupert liet er bepaald geen gras over groeien: in een ongelooflijk tempo werden de diverse historische modellen die de Zuid-Afrikaanse wegen hadden bereden vanuit de hele wereld ingekocht en verscheept naar het museum. Binnen de kortste keren was er een aanzienlijke collectie bijeengebracht. “En toen ontstonden er problemen”, weet Harley zich te herinneren. “Toen Rupert een van zijn bedrijven, Rothman’s, had verkocht aan British American Tobacco, bleek men daar niet zo gelukkig met de museale activiteiten: die behoorden niet tot de ‘core business’. En dus dreigde sluiting al snel. Dr. Anton Rupert was inmiddels al redelijk op leeftijd en zag zijn droom in rook opgaan. Dat bleek teveel voor zijn oudste zoon Johann. Deze had niet alleen zijn kapitaal aan zijn vader te danken, maar had ook zijn liefde voor automobielen en het museum van zijn vader geërfd. Bovendien omvatte de verzameling ook de auto waarmee zijn grootvader had gereden. Johann kocht de gehele collectie in 2003 en bracht deze naar een nieuwe locatie nabij Franschhoek.”

Wereldklasse

En Johann liet het daar niet bij. Integendeel, hij ging onverdroten voort met aankopen van ‘nieuwe’ modellen. Zijn doelstelling was het creëren van een collectie van wereldklasse. En dus werden complete collecties van andere liefhebbers gekocht en toegevoegd. Pas in 2007 was hij dusdanig tevreden dat de deuren van het nieuwe museum in Franschhoek konden worden geopend. Heden ten dage bestaat de totale collectie uit ruim 250 auto’s en enkele motoren. Een deel van die collectie wordt (nog) niet getoond, omdat de noodzakelijke restauratie nog niet is uitgevoerd. En andere blijven buiten het gezichtsveld uit puur ruimtegebrek; de vier hallen van het museum kunnen maximaal tachtig auto’s herbergen. En elke hal is bedoeld om een overzicht te geven van bepaalde periodes in de automobielgeschiedenis. “De eerste hal toont ons de vroegste periodes van die geschiedenis. De oudste modellen zijn feitelijk nauwelijks meer dan gemotoriseerde koetsen. Ze zijn, waar nodig, overigens voor het merendeel zodanig gerestaureerd dat ze kunnen rijden. Daar zijn we natuurlijk erg trots op.” En dat kunnen we ons voorstellen. De ‘auto’s’ die in sommige gevallen meer dan een eeuw oud zijn, zien eruit of ze zojuist uit de werkplaats zijn gerold: ze verkeren in tiptop conditie. Dat verraadt liefde en vakmanschap. “Dat klopt”, beaamt Harley. “Die restauratie heeft ons ook heel wat hoofdbrekens gekost. Het bleek dat veel van de modellen in de tussenliggende jaren op ondeskundige manier waren gerepareerd en gerestaureerd. En dat betekende dat we soms erg grondig te werk moesten gaan. Veel verzamelaars kopen namelijk auto’s om ze vervolgens jaren in hun garage te zetten. Na verloop van tijd ziet de carrosserie er dan wel puik uit, maar de motor en het loopwerk hebben enorme schade opgelopen. En dus moet je de remmen ‘los’ maken, de radiateur is verdroogd en moet worden gereviseerd en de motor is vastgelopen en dient dus helemaal uit elkaar te worden gehaald. Soms moet je onderdelen bestellen of laten vervaardigen. Voordat je de hele auto weer in elkaar hebt en alle onderdelen weer naar behoren functioneren, ben je vele, vele uren verder. In sommige gevallen heeft de restauratie meer dan zes maanden geduurd.”

Bekend en onbekend
We zijn ondertussen bij de volgende hal gearriveerd. Aan de tentoongestelde modellen te zien, bevinden we ons in de naoorlogse periode. Uiteraard zijn niet alle auto’s herkenbaar voor ons, maar de verklarende displays tonen ons legendarische namen als Studebaker, Hudson, Packard, Bugatti en Wolseley. Tot onze verbazing ontdekken we ook voor ons onbekende merknamen. “Dat zijn de auto’s die in Zuid-Afrika zijn geproduceerd”, weet Harley. “We hebben hier op kleine schaal een eigen auto-industrie gehad, die een aantal spraakmakende modellen heeft voortgebracht. Opvallend is dat het in vrijwel alle gevallen om sportauto’s gaat. En die presteerden niet onverdienstelijk. De GSM Dart presteerde het zelfs om tijdens races de gevestigde namen als Porsche en Ferrari achter zich te laten. Dat kleine, gele sportautootje zou zeker hebben gewonnen als de motor het niet voortijdig had begeven. Maar zoiets sprak natuurlijk behoorlijk tot de verbeelding. Van de totale productie van 300 auto’s was het leeuwendeel binnen de kortste keren aan buitenlandse liefhebbers verkocht. We zijn dan ook blij dat we een goed exemplaar hebben kunnen aankopen. Want deze auto mag in een Zuid-Afrikaans museum natuurlijk niet ontbreken.”


Automobielgeschiedenis
Het Franschhoek Motor Museumonderscheidt zes periodes in de geschiedenis van de automobiel.
- Antique:gebouwd voor 31 december 1904
- Veteran: gebouwd tussen 1 januari 1905 en 31 december 1918
- Vintage: gebouwd tussen 1 januari 1919 en 31 december 1930
- Post-vintage: gebouwd tussen 1 januari 1931 en 31 december 1945
- Post 1945: gebouwd tussen 1 januari 1946 en 31 december 1960
- Post 1960: gebouwd na 1 januari 1961
Sommige van die periodes lijken voor ons Europeanen redelijk arbitrair, maar we
dienen ons wel te realiseren dat er bij de samenstelling van de collectie is
uitgegaan van de Zuid-Afrikaanse geschiedenis.
Even verderop zien we een andere,voor ons onbekende auto:een Protea. Deze in Johannesburg gefabriceerde sportwagen heeft in de jaren vijftig zelfs de Pietermaritzburg Six Hours Endurance Race gewonnen. De bijbehorende specificaties werken in deze tijd enigszins op de lachspieren (cilinderinhoud: 1172 cm3;motorvermogen: 37 pk; topsnelheid: 136 km/u), maar waren klaarblijkelijk in die dagen uitzonderlijk. Dat laatste gold blijkbaar ook voor de verkoopprijs: de productie van de Protea werd vanwege de onverkoopbaarheid van de auto al snel gestaakt.

Proefrit?
In hal nummer drie komen we voor ons bekende oudere en nieuwere modellen tegen. Merken van naam en faam als Aston Martin, Alfa Romeo, Bentley, Mercedes-Benz, Jaguar en Rolls-Royce passeren de revue. Stuk voor stuk in blakende welstand en ogenschijnlijk gereed om de lokale wegen met hun sierlijke aanwezigheid op te fleuren.We zijn bijna geneigd te vragen naarde mogelijkheid van een proefrit, maar Harley lijkt niet de man die dat soort humor weet te waarderen. Daarvoor is zijn
verbondenheid met dit wagenpark te groot. De tentoongestelde auto’s kent hij stuk voor stuk op zijn duimpje en bij elk model weet hij een schat aan bijzonderheden te vertellen. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor de befaamde Mini Cooper S die in de laatste hal wordt getoond. Het beroemde ontwerp van Sir Alec Issigonis, aangepast en getuned door John Cooper, won bijvoorbeeld de beroemde Monte Carlo Rally drie keer. Een prestatie van jewelste voor een auto van zulke geringe afmetingen en technische specificaties die heden ten dage eerder bij een scooter passen dan bij een raceauto.In deze hal ontdekken we ook een drietal Ferrari’s: de F40, de F50 en de Enzo. De specificaties van dat laatste model steken wel erg schril af bij die van de eerder vermelde Protea: cilinderinhoud: 5999 cm3; motorvermogen: 660 pk; topsnelheid: 349 km/u. Toch maar even vragen naar die proefrit? De officiële openingsuren zijn intussen aangebroken en dus moeten we ons bezoek beëindigen.We danken Wayne Harley voor zijn spontaan ter beschikking gestelde tijd en zijn deskundige begeleiding en keren terug naar onze eigen auto. Die lijkt plotseling bijzonder oninteressant.

Anton Rupert
Dr. Anthony Edward Rupert was een Zuid-Afrikaanse miljardair en oprichter van de Rembrandt Groep,een conglomeraat van bedrijven.Hij werd geboren in Graaff-Reinet in de Oost-Kaap en het gerucht wil dat hij zijn zakenimperium is gestart met een kapitaal van tien Britse ponden. Ten tijde van zijn overlijden werd zijn vermogen geschat op 1,7 miljard dollar. De Rembrandt Groep is inmiddels gesplitst in een aantal delen. De sigarettendivisie Rothman’s werd verkocht aan BAT, de investeringsmaatschappij in mijnbouw en industrie kreeg een nieuwe naam: Remgro en de activiteiten in luxe gebruiksgoederen ging verder onder de naam Richemont. Antons oudste zoon Johann is CEO van Richemont en voorzitter van de raad van commissarissen bij Remgro.
 
 
 
EXCLUSIVE CULITRAVEL
Wittgensteinlaan 65   |    1062 KB   |    Amsterdam   |    T +31(0)20 408 42 10   |    F +31(0)84 716 88 14   |