Informatie over het Krugerpark in Zuid-Afrika

Dankzij de grote variëteit aan wildlife, een rijke fauna, uitgestrekte savannes en een lange geschiedenis is het Kruger National Park de meest bezochte attractie van Zuid-Afrika. En met recht want dit wildpark is één van de mooiste en grootste safariparken van de hele wereld! Het is maar liefst 352 km lang en gemiddeld 60 km breed. Hier leeft de grootste variëteit aan dieren van het hele continent.

De meer dan één miljoen bezoekers per jaar gaan op zoek naar de ‘Big Five’ (de leeuw, de olifant, de buffel, de neushoorn en de luipaard), nijlpaarden, antilopen, giraffen, impala’s, zebra’s, gemsbokken en nog veel meer. In totaal zijn er meer dan 147 soorten zoogdieren, 507 soorten vogels, 120 soorten reptielen, 52 soorten vissen en 35 soorten amfibieën. Om dit alles te kunnen zien heb je minstens twee weken nodig. Lang niet iedereen neemt daar de tijd voor. Veel bezoekers trekken er twee dagen voor uit. Dan krijg je ook een goede indruk krijgt van al het moois dat hier is te zien.


Het Krugerpark van noord tot zuid

Het noorden van het Krugerpark is een vrij dorre wildernis met ijzerbomen. Er lopen riviertjes die vaak niet meer zijn dan zanderige stroompjes. Hier leven naast grote kuddes olifanten en buffels ook diverse soorten antilopen. Het gedeelte boven Punda Maria en Parufi is wellicht het mooiste gebied van het park, aangezien het hier veel regent en er een gigantische variëteit aan flora en fauna is.

Het midden wordt gekenmerkt door uitgestrekte grasvlakten waar veel antilopen grazen. In de winter leven hier grote aantallen impala’s, zebra’s, gnoes, buffels en giraffen. Een aantal van deze dieren vallen ten prooi aan de grote leeuwenpopulatie die hier rondstruint. Het zuiden van het park beslaat slechts een vijfde deel van het totale oppervlakte maar omdat het vanuit Johannesburg gemakkelijk is te bereiken, komen hier de meeste bezoekers.


Safari's in het Krugerpark

Het wegennet is door het hele park goed en prima te verkennen met gehuurde voertuigen. De maximum snelheid bedraagt 50 km per uur (20 km per uur in de camps). Alleen gesloten voertuigen zijn toegestaan voor het publiek. Het park heeft wel open voertuigen voor safari's met een gids of geregistreerde touroperator. Er zijn dag- en nachtsafari's en meerdere wildernistochten. Met een ecotocht trek je in vijf dagen met een 4WD en gids door vrijwel het hele park.

Je kunt er ook prachtige boswandelingen maken onder begeleiding van een gids. Je loopt dan in groepjes van maximaal acht personen. Er zijn wandelingen van 20 km die slechts een dag duren, maar je kunt er ook meerdere dagen op uit trekken en logeren in het park. Deze wandelingen zijn erg populair. Het is dus belangrijk dat je op tijd boekt. Er worden ook mountainbike-tochten georganiseerd. De lokale Tourist Centres kunnen je hier uitgebreid over informeren.


Accommodatie in het Krugerpark

In het Krugerpark heb je een enorme keus uit verschillende soorten accommodatie. Je kunt deze op meerdere plaatsen reserveren. Er zijn twaalf Rest Camps. Dit zijn kleine dorpjes middenin de bush die allemaal elektriciteit hebben. Sommige Rest Camps zijn uitgebreid uitgerust met restaurant, winkels, zwembaden, telefoons, wasserettes en zelfs een benzinestation.

Je logeert in een hut, bungalow of cottage waar voor linnengoed is gezorgd. Soms kun je er ook koken. Er zijn kampen die caravans aanbieden of ruimte voor een eigen tent. Ga je voor wat meer avontuur, slaap dan in een Bushveld Camp. Deze zijn een stuk primitiever dan de Rest Camps. Er is alleen zonne-energie en je zult zelf moeten koken. Meestal slaap je in een cottage voor zes personen. Dagbezoekers kunnen accommodatie vinden buiten het park, voornamelijk in de buurt van Hazyview.


Toegangspoorten van het Krugerpark

Het Kruger National Park ligt grotendeels in Limpopo in het noordoosten van Zuid-Afrika. Er zijn negen ingangen. De Afrikanen noemen deze poorten zelf 'hekken'. De Malelane en de Crocodile Bridge Gates zijn de meest zuidelijke poorten en gemakkelijk te bereiken via de N4 vanuit Johannesburg. Ze liggen op 500 km van Johannesburg, terwijl de andere ingangen Phalaborwa en Punda Maria nog 50 km verder liggen. De zuidelijke toegangspoorten liggen ook dicht bij de Kruger Mpumalanga International Airport. Deze luchthaven ligt in de buurt van Nelspruit; de grootste stad in de buurt van het Krugerpark. Vluchten naar Kruger zijn mogelijk vanuit Johannesburg, Durban en Kaapstad. Vanuit Johannesburg gaan ook vluchten naar de kleinere steden Phalaborwa en Hoedspruit.


De geschiedenis van het Krugerpark

Het Kruger National Park heeft een lange geschiedenis. 25.000 jaar geleden leefden hier de San, ook wel bosjesmannen genoemd. Zij lieten indrukwekkende rotstekeningen achter die onder andere te bezichtigen zijn bij Masorini en Thulamela.

Aan het einde van de 19e eeuw werd door de Zuid-Afrikaanse regering – toen de Volksraad - de noodzaak ingezien om de natuur te beschermen. De Volksraad verbood onder leiding van Paul Kruger de jacht tussen de rivieren Sabie en de Crocodile in het zuiden van het huidige Kruger National Park.

In 1898 stichtte Kruger de Sabie Game Reserve. In de jaren daarop groeide het park en in 1927 werd het opengesteld voor het publiek. Sindsdien is het een belangrijk onderzoekscentrum en beschermd gebied voor de Afrikaanse wildlife. In 2002 behoort het Kruger samen met het Gonarezhou Nataional Park en het Limpopo National Park in Mozambique tot het gigantische Great Limpopo Transfrontier Park.

Alles begon in 1898 toen Paul Kruger, president van de toenmalige Zuid-Afrikaanse Republiek, het gebied tussen de Sabierivier en de Krokodilrivier tot verboden jachtgebied proclameerde, een omheining liet plaatsen en dat park de Sabie Wildtuin noemde. Paul Kruger nam die beslissing omdat er in 1873 goud was gevonden in het naburige Pelgrimsrus (Pilgrim's Rest), en er daarna in de regio enorm veel gejaagd werd: dierenvellen en dierenhoorns waren namelijk heel gewild bij de goudzoekers, voor ruilhandel.



In 1899 brak de Tweede Anglo-Boerenoorlog uit. Omdat Transvaal als gevolg van die oorlog een Britse kolonie was geworden, werd een Britse majoor benoemd tot eerste hoofdveldwachter van de Sabie Windtuin: James Stevenson-Hamilton. Zijn verdienste is enorm: hij was een natuurliefhebber die het parkgebied enorm heeft uitgebreid en in 1912 zelfs een treinspoor dwars door het park liet aanleggen om bezoekers te lokken voor een picknick in het park. Stevenson-Hamilton heeft toen ook alle inwoners uit de savanne verwijderd omdat de regio (toen al!) malariagebied was. Transvalers hadden het toen over de bush als "die witman se graf". James Stevenson-Hamilton heeft in de beginjaren ook massaal roofdieren afgeschoten om zo de populatie van andere dieren te laten stijgen. Dat deed hij tot in 1927, toen de eerste dagbezoekers werden toegelaten. Tot verrassing van Stevenson-Hamilton wilden die toeristen vooral roofdieren zien, en niet zozeer massa's antilopen, giraffen, wrattenzwijnen, enz. Nu, tachtig jaar later, is dat nog zo...

In 1926 heeft minister van Landerye Piet Grobler het park uitgeroepen tot eerste Nationaal Park van Zuid-Afrika. Met akkoord van de Britse overheerser werd het park genoemd naar de president die de Sabie Wildtuin (in 1898) tot beschermd gebied had geproclameerd en zo aan de basis lag van het wildpark: Paul Kruger. Die Nasionale Krugerwildtuin - the Kruger National Park was een feit.

Het Krugerpark is 360 km lang en 60 km breed en heeft een totale oppervlakte van 19.633 km². Aan de westelijke grens van het Krugerpark liggen er meerdere privé-wildparken. Vroeger was er nog een echte grens tussen het Krugerpark en die privé-parken, o.a. via elektrische draad. Maar in 1991 heeft Robbie Robinson, de toenmalige directeur van de Nationale Parkeraad, beslist om die draad weg te halen. Sindsdien kunnen dieren vrij in beide richtingen bewegen.

In 2000, toen David Mabunda het eerste zwarte hoofd van de Parkeraad was, hebben Zuid-Afrika, Mozambique en Zimbabwe beslist om één groot wildpark te maken - met als Zuid-Afrikaanse inbreng het Krugerpark. Dat nieuw park zal het Great Limpopo Transfrontier Park heten.

Oud-president Paul Kruger heeft nooit geweten dat het meest bekende wildpark ter wereld naar hem genoemd is, want hij is gestorven in 1904. James Stevenson-Hamilton is hoofdveldwachter gebleven tot in 1946, en hij is overleden in 1957. Als eerbetoon werd het hoofdrustkamp al in 1936 naar hem genoemd: het toenmalige Sabiebrug werd Skukuza, het Shangaan-woord voor "hij die alles schoonveegt, hij die alles onderste boven keert". Het museum van Skukuza is het Stevenson-Hamilton Museum, en aan de ingang van de receptie van het rustkamp Skukuza hangt een symbolisch beeldhouwwerk "Ons Grondleggers / Our Founders": de afbeeldingen van Piet Grobler, Paul Kruger en James Stevenson-Hamilton.